dinsdag 16 oktober 2007

Hoe zou dat komen?

Deze wilde ik u niet onthouden.

Het gaat tijdens de les Leer- en Leefsleutels over pesten en de gevolgen hiervan voor pester en slachtoffer. Veel meer op het niveau van de leerlingen dan dit uiteraard, maar daar gaat het nu even niet om.

Een pientere leerling uit mijn eigen klas, het beroepsvoorbereidend leerjaar, gooit er plotseling luidkeels tussendoor dat een spichiater zich daar ook mee bezighoudt.

Gegrinnik.

Ik sus de betweterige lachers, glimlach goedmoedig naar de grijnzende ijverige leerling en verbeter.

"Maar dat zei ik toch? Ne spichiater."

Gegrinnik wordt gebulder.

Een vermanende blik en een korte roep tot de orde later probeer ik het nog eens.

Vol concentratie, zweetdruppels nog net niet parelend, krijgt hij het na twee, drie keer proberen toch juist over de lippen.

Een schouderklopje en een kort applaus van de klas.
Maar wat wou hij nu eigenlijk zeggen?

"Awel dus die spich... psyzji... spizji ... psychiater ..."
Mijn mondhoeken trillen. Lachsalvo's worden met loutere wilskracht terug naar de buik gedwongen om daar een stille dood te sterven.

De leerling grijpt zijn moment de gloire en doet er nog een schepje bovenop. De klas gaat plat over de bank. Ook mijn stalen zelfbeheersing krijgt een deuk. Die les wordt er niet zo heel erg veel vruchtbaar werk meer geleverd.

Donderdagochtend, eerste lesuur, diezelfde klas stapt het lokaal binnen. Onze bewust vriend komt breed grijnzend naar me toe.

"Meneer, 'k heb gisteren de hele namiddag geoefend. Psychiater. Ziet ge. Psychiater. Vanzelf, meneer. Psychiater, psychiater, psychiater. Ik heb dat duizenden keren luidop zitten zeggen. Ons moeder werd er zot van..."

Hah! Wrong answer!

Een beginnende leerkracht komt beklag doen van een leerlinge uit mijn klas. Ik stel de persoon in kwestie meteen voor om aan het hondsbrutale en onbeschofte gedrag paal en perk te stellen. Of ik dat dan wilde doen, want de leerkracht in kwestie moest a.s.a.p. naar de andere locatie van onze school. Tuurlijk.

Eerst een andere, wat meer geremde, beleefdere leerling even langs de neus weg gevraagd wat er aan de hand was bij wiskunde... daarna de leerlinge in kwestie aan de tand gevoeld...
"Ik heb toch niks gedaan meneer?!"
-"Ah, nee? Hoe zou jij dan je gedrag omschrijven?"
"Maar allez, meneer, zeg dan wat ik verkeerd gedaan heb?"
Ik laat de open goal opzettelijk aan mij voorbijgaan.
-"Dus jij vindt dat er niets verkeerd gebeurd is, dat de leerkracht zomaar, zonder reden veel te snel op de tenen getrapt is?"
"Da's zeker da."
(knipperlicht 1 begint lustig te pinken, arme schaap heeft niets door)

-"Goed, dan zien wij elkaar terug morgenmiddag, u kan de gele strafstudiekaart vanmiddag nog verwachten."
"Tfoe... tss. Trouwens da zal ni gaan, zenne. Ik moet weg, morgenmiddag."
(knipperlichten branden allemaal, vergezeld van de nodige sirenes)

-"Ach zo? Welke dringende afspraak? De dokter? De tandarts?"

"Ik heb met een vriendin afgesproken op de Wapper, meneer. Mag ik die strafstudie dan niet volgende week doen?"
(fluittonen van onder grote druk staande ketel zijn oorverdovend)

-"Tuurlijk. En de week na de vakantie en de week daarna, en zo verder tot aan de proefwerken... Of ge komt gewoon morgen, doet uw strafstudie en zand erover...Goed?"

"Eurm... Hoe da?"

*insert broad smile*
-"Da's hier geen hotel eh, meiske. Tot morgen?"

zaterdag 6 oktober 2007

9 jaar 'dag van de leerkracht'

Gisteren -alweer- tot de onheilspellende constatatie gekomen dat ondergetekende oud aan het worden is. Op weg naar de wekelijkse afsluitende Duvel een oud-leerling ontmoet die ik in het eerste jaar van mijn lesgeven op SA de wondere geheimen der Franse taal heb mogen bijbrengen in zijn eerste jaar secundair. Hij was toen het prototype van de deugnieterige Turk. Wreed clever, op slinkse wijze. Geen dommerik, maar geen student, wel studentikoos. Het jaar nadien, in ons beider tweede jaar, was voor ons allebei een hels jaar. Hij geweldige prépuber, de rest van de klas ook geen lachertje en ik regelmatig aan het eind van mijn latijn. Bij aanvang van het derde jaar kroop een duidelijk gevoel van onbehagen over de wervelkolom toen bleek dat de volop puberende Turk ook dit jaar weer in één van mijn klassen zat. Regelmatig pedagogisch over de schreef gegaan, veel in de clinch gelegen, elkaar voortdurend getest en op de rand van de afgang gebracht. Het heeft ons allebei een volledig jaar gekost om het voorafgaande te plaatsen en te verwerken.

Gisteren dus riep en wenkte bovengenoemde jongen me naar de overkant van het plein. Jongen, zeg ik, maar het is ondertussen een stevige, niet on-knappe (in hoeverre dat mannen dat van elkaar zeggen kunnen) en potige kerel geworden. Volwassen geworden, geleerd van zijn stommiteiten en vooral, zichzelf duidelijk geen enkel verwijt te maken. Goed beseffend dat hij kansen heeft laten liggen, maar volledig vrij van schuldgevoel. Trots dat hij in het zesde jaar zit, bijna afstudeert, het overmoedige gevoel de wereld aan de voeten te hebben liggen.

Ik zei op het genante af dat ik best wel trots was op hem, trots op waar hij zichzelf had weten te brengen. Ondanks onze verschillen en botsingen had hij zich altijd keurig dat doel voor ogen gesteld, en daar was tegenwoordig wel wat culôt voor nodig.

Verfrissend gesprek, elkaars littekens erkennend en respecterend. Op het einde zei hij iets wat mijn 'dag van de leerkracht' geslaagd maakte. "Meneer, weet ge wat mij opviel bij het begin van het schooljaar? Dat er eigenlijk in die zes jaar niemand dichter bij ons stond dan gij. Gij waart precies altijd kei-geïnteresseerd in 't geen da wij dachten. Uw lessen waren ook altijd zo anders, ge wist op voorhand nie wat er nu weer ging komen. Da was soms wel lastig, maar ge hield onze kop wel wakker."

"u, niet gij..." schoot er door mijn hoofd. Ik heb 'm maar niet verbeterd...

woensdag 3 oktober 2007

uit de oude doos: gepost op leerkr8.skynetblogs

Wraakroepend, dit onderwerp. Dat weet ik best. Telkens een bepaalde vakantieperiode in zicht komt, hoor ik afgunstige stemmen links en rechts weer opduiken.

"Heb jij nu weeral verlof?"

"Werk jij nu eigelijk nog wel 's?"

Ik probeer dan altijd met dezelfde boutade wat weerwerk te bieden: "Ik ben in de vakantie dus eigelijk wel technisch werkloos, he mannen. Ik WIL wel les gaan geven, maar als er geen leerlingen zijn is dat wat lastig he..." Flauw, ik weet het, maar toch berust deze uitspraak ook op een grond van waarheid. Ik hoef al die vakantie niet voortdurend. Ik wil gewoon les geven. Dikwijls genoeg zit ik halverwege de zomervakantie al af te tellen naar 1 september. Als je nog niet volledig vast benoemd bent, stelt dat vakantiegeld niet te veel voor, en moet je tijdens augustus de eindjes aan elkaar kunnen knopen met minder dan de helft van je loon. Eind september krijg je dan het 'gemiste' geld bovenop je normale cheque. Als je geluk hebt, want dikwijls kruipen er bureaucratische addertjes door het gras en kan je directeur je loon voor september gaan voorschieten omdat de overheid haar paperassen niet in orde krijgt. 'Vakantie kost geld' krijgt dan wel plots een andere dimensie. Maar goed, het gaat niet om de centen nu.

De herfstvakantie is een uitzondering op de regel. Half oktober, als de rapportendrukte de kop weer opsteekt, lonkt zij al aan de einder. Op de batterijtjes die opgeladen waren beginnen verklikkerlichtjes aan te geven dat ze plat lopen. Je staat wat korter, reageert al eens wat bruusker op alweer de zoveelste die dezelfde stommiteit uithaalt en na een hele dag lesgeven durf je al wel eens de didactische voorbeelden te vergeten. Het hoge ritme vergt zijn tol. En dan lijkt dat weekje respijt, dat weekje zonder gezeur, tijdschema's, jaarplannen, doelstellingen, stageverslagen, oudercontacten, vakvergaderingen,... een welkome rustpauze.

Ik heb me als jonge beginneling ooit eens laten wijsmaken dat je bioritme zich op den duur aanpast aan het ritme van een schooljaar. Ik sta er nog steeds wat sceptisch tegenover. Al word ik dan uitsluitend ziek tijdens de vakanties. Al heb ik de eerste weken van juli steevast stress-symptomen net omdat er geen stress meer is. En die is naar het schijnt niet te onderschatten. Medische studies toonden aan dat de hartslag van een gezonde veertiger (met dus al de nodige vakkennis en ervaring op zak) van 70 in rust kan klimmen naar een geweldige 130 vijf minuten voor het belsignaal met pieken tot 180 bij het begin van de eigelijke les in het klaslokaal. Op het leseinde is die dan terug afgezwakt naar 80 om dan vijf minuten voor de volgende les weer te pieken. En dat zo tot een uur of vier.

Mensen die ik de vakantie ontzettend gun, zijn de meesters en juffen uit het kleuter- en basisonderwijs. Die zitten potverdorie een hele dag met die lieve monstertjes opgescheept. Van half negen tot vier. Als het soms niet langer is omdat veel ouders de school in de eerste plaats beschouwen als 'babysitdienst van de staat'. Ik kan in het slechtste geval na honderd minuten dezelfde klas geëntertaind te hebben de deur -en dus ook de iets minder lieve monsterkes- achter me dichttrekken en daarmee is de kous af. Een pluim is niet genoeg. Geef die mensen een pauwestaart cadeau. Dat ze fier zijn.

Als ze me zoeken, ik lig ziek in de zetel.

uit de oude doos: gepost op leerkr8.skynetblogs

Net zoals de beaujolais nouveau, de maatjesharing, de zeeuwse mossel en het schotse lamsvlees, is er ook elk schooljaar weer een buslading stagiairs die in ons huis van vertrouwen gedropt worden met de opdracht om eens een paar uurtjes les te komen geven zodat ze later echte lesgevers kunnen worden. Niets vermoedende mentoren zoals ondergetekende krijgen telkens het niet onverdeelde genoegen zo'n een collega-in-opleiding te mogen begeleiden op de eerste schuchtere praktijkpassen der didactiek.

Geweldig.

Meestal heb ik dan een kauwgomvretende, onfris uitziende utopist (waarin ik mezelf zoveel jaren terug in herken) die er net op uit lijkt te zijn lekker te experimenteren om zo toch weer de zoveelste 'vernieuwer van het onderwijs' te worden.

Dit jaar, net als het vorige trouwens, is dat niet het geval. Het zijn allemaal frisse, dartele tieners met hoofden gevuld vol goede intenties. De mannen en vrouwen van morgen zijn verantwoordelijk, nauwgezet, beleefd, ijverig, sociaal, creatief en gevat. Fijn zo. Dat hebben we graag.

Maar u raadt het al. Er zal toch wel iets mis mee zijn? Inderdaad. De studenten van nu hebben het blijkbaar toch enigszins een beetje moeilijk met kritiek. Opbouwende, negatieve kritiek lijkt iets waar ze woest van worden. Blijkbaar verwachten ze van zichzelf plots foutloos en zonder beperkingen te zijn eens de klasdeuren openzwaaien en zij aan de juiste kant van de bureaukes mogen staan. Vreemd. Zélfs ik (let op de ironie) maak op onregelmatige basis fouten. Soms sla ook ik in de meest stresserende momenten een flater van jewelste, waar ik achteraf een half jaar de scherven van op te kuisen heb.

Waar halen ze het in godesnaam vandaan dat wat een mentor zegt over je aanpak en hoe die eventueel te verbeteren zou kunnen zijn meteen ook een aanval is op je hele wezen, je essentie? Alsof ik meteen een identiteitscrisis krijg als mijn collega geschiedenis mij een tip geeft om dit of geen onderwerp aan te snijden. Zou het dan toch misschien zijn dat de genen bepalen of je al dan niet in het onderwijs zal stappen?

Want dan wil ik mee betrokken worden in het genetisch modificatieproces. Mengele spelen in de positieve zin. Anders hebben we straks helemaal geen mentoren meer nodig. Stel je voor dat we daarvan gespaard zouden blijven.

Hoe ouder de man ...

Deze week is het één en al bedrijvigheid op 't werk. Klasseraden die, na het eerste rapport, een licht moeten werpen op wat voor vlees de verschillende titularissen in de kuip hebben. Taak ook voor de interne pedagogische begeleider (IPB'er zijnde moi) om zoveel mogelijk achtergrondinformatie te verzamelen die het beeld van leerlingen Zus en Zo bij kunnen stellen: thuissituatie, psycho-, socio-, medische of emotionele problemen, studiekeuze, het advies van de klasseraad van vorig jaar, rapporten doorpluizen ... Veel te doen, maar wel plezant.

Aangezien er geen uren voorzien zijn in de lesopdrachten wordt er vooral 's avonds na 16u vergaderd. Elk jaar zijn er wel wat kerels en meiskes die al een hele problematische jeugd achter de rug hebben, die uiteraard ook qua gedrag zijn sporen nalaat. Dan worden er door verschillende leerkrachten in het begin van het schooljaar al wel eens straffe uitspraken gedaan: "die komt er bij mij niet meer in... we zijn nog maar september en er is al niks meer mee aan te vangen..." is zo een schoolvoorbeeld. (excusez-moi le pun)

Wanneer dan een begeleidende klasseraad (niet hetzelfde als een delibererende) met meerderheid besluit om, omwille van stappen die door het Comité Bijzondere Jeugdzorg genomen worden op dit eigenste moment, niet over te gaan tot extra sanctionering -en dus extra druk op de ketel- wordt er door één oude rot in het vak halsstarrig vastgehouden aan de repressieve en agressieve methode. Na LANG palaveren, waarbij de meerderheid (iedereen min één) zich de moeite troost om de andere niet te overtuigen maar uit te nodigen tot een "debat ten gronde", blaast de oudste rot van 't vak het hele zaakje op door de klasseraad voortijdig en met slaande deuren te verlaten.

Blâm.
Saluu en de kost.
Foert.

Aan de directie en de IPB'er dus om de rest terug te kalmeren, van hun misplaatste schuldgevoel te ontdoen en de hele affaire grondig en luidruchtig te relativeren. Op zich geen probleem, de klasseraad heeft dan wel wat langer geduurd, maar soit, er is toch goed doorgebabbeld, en met steeds het belang van de leerling in kwestie als invloedrijkste gespreksmotivator.

Een luide schaterlach ontsnapte me helaas toen vanochtend bleek dat de oude rot zich vandaag 'ziek' gemeld had. Het duivelke in mij riep meteen om een controle-arts. Ik wil plotseling niet meer richting pensioengerechtigde leeftijd. Ik blijf liever wat last hebben van mijn Peter Pan-syndroom nu dan dat ik als zestiger terug de driejarige koppigaard wordt.